Ssssttt… doodstil in Noord-Groningen

 

NOORD-GRONINGEN – Het bestaat nog! Plekken waar je nog niet struikelt over mensenmassa’s en waar toch bijzondere verhalen over te vertellen zijn. Zelfs in ons kleine, drukbevolkte Nederland. Goos, een rasechte Groninger, neemt me mee in zijn stoere Landrover. Hij laat me de nog niet platgetreden locaties in zijn provincie zien en vertelt er met on-Groningse trots over.

 

 

En dat die Landrover nodig is, blijkt al snel op de smalle weggetjes in Noord-Groningen. Veel verkeer is er niet, maar voor die ene auto of trekker moeten we toch echt de berm in. Bovendien rijdt het koninklijk in vergelijking met mijn schattige maar niet zo comfortabele eend. Ik zit dus prima. We vertrekken vanuit Goos’ woonplaats, Zandeweer. Een dorpje waar de tijd lijkt te hebben stilgestaan. We zijn nog maar een paar honderd meter onderweg of we staan echt stil.

HET GELUID VAN DOODSTIL

 

Eerste stop is namelijk: Doodstil. Echt waar. Groningen grossiert in merkwaardige plaatsnamen, zoals Hongerige Wolf en Kleine Huisjes. En Doodstil bestaat dus ook. Een minidorpje dat onlangs nog zijn eigen ‘geluid’ heeft gekregen. Hoe dat zit, kun je hier beluisteren (hoor je Goos ook nog!). Doodstil heet niet zo omdat het er zo stil is, maar verwijst naar de brug (til) in het dorp die – volgens de overleving althans – ooit van Doede was, dus Doede’s til wat later Doodstil werd (snap je het nog?). Doodstil ligt in de gemeente Het Hogeland. Nu zie ik niet zo snel dat het hier hoog is, maar Goos weet meer: “Door de aanslibbing van de zee ligt het noorden van Groningen, het Hogeland dus, iets hoger dan de rest van Groningen”. Het Hogeland is een inspiratiebron voor kunstenaars en dichters. Ook de beroemde Groningse zanger Ede Staal (1941-1986) – ook wel de Jacques Brel van Groningen genoemd – roemde het noorden van zijn provincie. Hij schreef en zong het ontroerende ‘t Hoogelaand .

WASSENAARSE TAFERELEN IN NOORD-GRONINGEN

 

Hoewel we al hoog in het noorden zitten, bovenop de zeeklei, komen we via een mooie slingerweg door de groene weilanden nog noordelijker. Boomrijker ook: een lange laan met grote bomen leidt ons naar het ‘Wassenaar van Groningen’. Goos weet waarom: “Usquert was ooit de op twee na rijkste gemeente van Nederland. De herenboeren van toen waren héél rijk en bouwden prachtige huizen hier in het dorp. Het gemiddelde inkomen van Usquert lag toen geweldig hoog. Wat je nu nog ziet zijn de voormalige renteniersvilla’s van die rijke boeren. Wassenaarse taferelen”, lacht Goos.

BERLAGE IN USQUERT

Het ene na het andere prachtige pand komt voorbij, waarvan menigeen in Amsterdamse School-stijl, iets wat je veel ziet in deze contreien. Maar het wordt nog mooier, als we verder Usquert inrijden. De rijke boeren van toen – we hebben het over de jaren ’20 van de twintigste eeuw –  wilden een gemeentehuis, maar dan wel eentje ontworpen door een goede architect. “Dit waren geen domme boeren, maar ontwikkelde mensen met een groot gevoel voor stijl. Ze wilden de man die de beurs in Amsterdam heeft ontworpen. En die kregen ze: Berlage.” De schoonheid die hij ontwierp staat nog steeds te pronken in het dorpscentrum. Over een hidden gem gesproken. Een verborgen parel der architectuur, gewoon op het Groninger platteland.

 

berlage in usquert noord-groningen

DROGE VOETEN IN NOORD-GRONINGEN

We verlaten Usquert en rijden nóg verder naar het noorden. Kan dat dan? Ja, want achter de Middendijk – een oude zeedijk die in 1718 werd aangelegd – ligt een polderlandschap met een lappendeken aan kavels. Door dat landschap loopt kaarsrecht de Zijlweg richting het gemaal Noordpolderzijl. Het oude sluisje (zijl in het Gronings/Fries) bestaat ook nog, maar het echte werk waardoor de Groningers droge voeten houden, wordt door het nieuwe gemaal gedaan. We parkeren de auto bij het noordelijkste café aan de vaste wal van Nederland: het Zielhoes.

 

360 GRADEN SCHOON UITZICHT

Voordat we aan de koffie gaan, klimmen we de dijk op. Over uitzicht gesproken. Ik draai een rondje en besef me dat de horizon hier praktisch 360 graden ‘schoon’ is. Waddenzee aan de ene kant, het Groninger platteland aan de andere kant en links en rechts een eindeloze dijk. Goos wijst naar een bootje: “Die ligt in het noordelijkste zeehaventje van Nederland. En het is ook nog eens het kleinste haventje”. Het klinkt zo schattig uit zijn mond, maar het haventje is wel degelijk belangrijk: zeilers of ander bootgangers kunnen daar in geval van nood, als ze de volgende haven niet kunnen halen, terecht. Een soort vluchtheuvel dus. Terloops vertelt hij ook nog dat langs de dijk, van Lauwersmeer tot Nieuw Statenzijl, een negentig kilometer lang fietspad loopt. Die Kiek over Diek-route doen we een andere keer, neem ik mezelf voor.

 

SURREALISTISCH LANDSCHAP NOORD-GRONINGEN

Alsof ik al niet genoeg bijzonderheden heb gezien, komt Goos nog met een laatste klapper. Hij vraagt me of ik wel eens op de Noordkaap ben geweest. Nou….uuuh… nee. Hij belooft me dat dat snel gaat veranderen. We stappen enigszins verwaaid weer in zijn stoere bolide. “We gaan nu naar het noordelijkste puntje van Nederland”, vertelt Goos. Kunnen we nóg noordelijker dan? Daarvoor gaan we eerst een stukje terug het land in, richting Uithuizermeeden, om na zo’n twintig minuten weer richting een dijk te rijden. Wat daarachter ligt, is niet te zien. Zodra we over die dijk heen komen, ontvouwt zich een surrealistisch landschap. Kaal. Eén lange rechte weg. Graan links, een weiland rechts, in de verte de industrie van Eemshaven. En recht voor ons zo’n twintig windmolens. Je haat ze of je houdt van ze. Ik vind het een geweldig plaatje zo. De leegte doet me denken aan de binnenlanden van Amerika.

 

NOORDELIJKER KAN NIET

We rijden die lange, rechte weg op, richting de windmolens, voorbij de windmolens en dan nog een stukje verder. Totdat we echt niet verder kunnen. Hier stappen we uit. Dit is het noordelijkste puntje van Nederland. Van de vaste wal, welteverstaan, de Waddeneilanden tellen we even niet mee. Weer klimmen Goos en ik de dijk op. De wind waait, zoals die hier altijd waait. Ook hier weer 360 graden uitzicht over wad en land, onderbroken door de Eemshaven op steenworp afstand. Hier staat de Poort Kaap Noord, gemaakt door René de Boer. Het kunstwerk markeert het écht allernoordelijkste puntje van het vaste land. In de volksmond wordt het kunstwerk ook wel de Hemelpoort genoemd, omdat je vanaf dit punt zó de oneindige hemel inkijkt. Hier moet de slogan ‘Er gaat niets boven Groningen’ bedacht zijn. Toch zie ik wel degelijk iets in de verte: het Waddeneiland Borkum, maar voor de rest: niks. Met een laatste blik op de hemel besluiten we onze roadtrip door Noord-Groningen en tuffen we rustig terug naar Zandeweer. In de auto ben ik stil. Doodstil. Dank je wel Goos!

 

VIDEO NOORD-GRONINGEN

Benieuwd hoe dat er nu ‘in het echt’ uitziet? Rij een minuutje met ons mee 🙂

 

TIP: Ook het oosten van Groningen is een bezoek waard!